Terug naar archiefpagina Bos van Ypey
Voorjaarswandeling in het Bos van Ypey, 16 maart 2005.
Met slechts 5 personen, inclusief de rondleider dhr. Van Veen
van de ‘Vrienden van het Bos van Ypey’, vertrok men - voor het laatst -
vanaf de Kiosk.
Behalve wijzelf, de webmasters van www.tytsjerk.nl ,
waren er de heer J. Mulder (voorzitter van het College van Regenten van
de Stichting op Toutenburg, tevens voormalig burgemeester van
Tytsjerksteradiel) en zijn vrouw.
Het was droog maar grijs en waaierig weer, als het meer op lente had
geleken waren er vast meer mensen komen opdagen.
Hoewel wij zeer regelmatige bezoekers van het Bos zijn, kregen we hier toch wel
wat te horen en te zien dat we nog niet wisten.
Zoals een gezicht in een Lawson cypres, een grote naaldboom, op de plek waar daar een grote tak van afgebroken
was een aantal jaren geleden. De "ogen" zijn twee spechtengaten.
Er zijn veel vogelsoorten in het Bos van Ypey.
Blauwe reigers nestelen groepsgewijs in de grote oude beuken, die ze
beschadigen met hun scherpe uitwerpselen. Hieraan zou ook de Baudinabeuk,
nu omgebouwd tot kunstwerk, te gronde zijn gegaan.
Elk voorjaar (dit jaar op 7 mei) is er om 5 uur ‘s morgens een vroege vogelexcursie,
geleid door de gebroeders Eikhout, die hun hele leven wijden aan het observeren
en tellen van vogels in alle parken van Leeuwarden en omgeving,
en tegenwoordig ook de vlinders en libellen tot hun speciale interesse rekenen.
Ze doen veel nuttig natuuronderzoek op deze manier.
We werden opmerkzaam gemaakt op diverse paddestoelen, o.a. de witte bultzwammen
die in groten getale op de resten van de Baudinabeuk groeien.
Elfenbankjes groeiden ook op veel oude stammen van gekapte bomen, en op
de leuning van Roodbaards "drie-armige brug". Tussen houtsnippers
staken roodbruine stobbezwammetjes hun kopjes op, en ook kleine witte
paddestoeltjes, die op de snippers zelf leefden; mogelijk was dit de
nieuwste ontdekking op paddestoelengebied in dit park, dhr. Van Veen
stopte er zorgvuldig eentje in een botaniseerpotje.
Op verschillende plaatsen in het bos ligt over het gras onder de bomen momenteel
een wit waas, dat uit de verte wat op sneeuw of rijp lijkt, maar het
zijn honderdduizenden sneeuwklokjes. Dit zijn nakomelingen van de bolletjes
die een kweker uit Noord-Holland ooit met toestemming van de regenten
in het Bos van Ypey heeft geplant, ruim 30 jaar geleden. Daar zou hij
dan jaarlijks bolletjes van komen oogsten voor de handel, maar dit
deed hij slechts 2 jaar, en sindsdien staat het Bos aan het begin van ieder voorjaar vol
met deze prachtige bloempjes.

Over het huisje aan de rand van het Bos, uitziende over
de dijk en de golfterreinen, hoorden we ook een aardig verhaal. Het koepeltje werd hier in het midden
van de 19de eeuw geplaatst door de familie Looxma Ypeij
om uitzicht te bieden op... de pas aangelegde spoorlijn,
waar af en toe een trein langskwam! Dat was toen een sensatie.
We kwamen bij de vijver waar tijdens de eerste kunsttentoonstelling,
Natura Artis Magistra in 1997, twee beelden te zien waren van
René de Man, die kort daarna overleed, waarna men uit piëteit deze werken
aankocht - ‘Man met Vis’ (op de oever) en ‘Loden Vis’ (in de vijver).
Voorlopig staan deze beelden daar niet meer, mogelijk komen ze er nog wel
terug, hoewel het niet echt waarschijnlijk is dat men de loden vis nog
in ‘t water plaatst, omdat dit daardoor wordt vergiftigd; aan zulke practische
dingen denken kunstenaars niet als zij iets ontwerpen.
Wij vernamen hier, dat deze vijver sinds de Tweede Wereldoorlog Jodenvijver
heet, omdat hier enige Joden uit Leeuwarden zich uit angst voor de Duitsers
zouden hebben verdronken.
We beklommen de nieuwe Belvédèreheuvel, die rond een jaar geleden is verrezen tijdens fase 1
van het Plan Groot Vijversburg, op de plek waar vroeger een houten
belvédère stond op een betonnen grondplaat. Al in de zeventiger jaren werd
deze afgekeurd vanwege de vervallen staat waarin hij verkeerde, maar rond 1980 stond
hij er nog - we zijn er zelf een keer opgeklommen toen we nog maar pas in Tytsjerk woonden.
Het hoogste punt bood weinig uitzicht, men keek slechts in de boomkruinen.
Zoals ik al vermoedde, was de grond waaruit de heuvel bestond pas later aangevoerd -
waarschijnlijk afkomstig uit uitgediepte vijvers zoals de Spiegelgracht;
het fundament van de vroegere Belvédère stond niet op een heuvel.
Er waren twee redenen om slechts een uitzichtpunt op de heuvel te plaatsen,
en niet een nieuwe Belvédère:
- De kosten van dit bouwsel;
- De vrees dat er teveel bezoekers dit toch al populaire park zouden aandoen.
Er komen zo’n 100.000 bezoekers per jaar, werd ons verteld. De meesten "gaan" voor de grot,
de volière en het Huis Vijversburg. Zoveel mensen hadden we op geen stukken na verwacht, maar als
men daar de jaren mèt kunsttentoonstelling bij rekent, kunnen we ons dit aantal beter voorstellen.
Mogelijk zal er in de toekomst toch nog een nieuwe
Belvédère verrijzen (men had er in 2003 zelfs een
ontwerpwedstrijd voor uitgeschreven, waar we niet veel meer over
hebben gehoord), maar in een geheel ander en
nieuw te ontwikkelen gedeelte van het park, aan de rand naast de Groene Ster.