Avondwandeling door het Bos van Ypey - vanaf 19.00 uur op 17 mei 2006.
Hoewel uitdrukkelijk als zodanig aangegeven in het wandelingenschema, bleek het deze woensdagavond niet om een vogelexcursie te gaan - die was er alleen geweest op de vroege morgen van 13 mei, o.l.v. twee vogelkenners, de gebroeders Eikhout. Maar niet iedereen brengt de discipline op om om 5 uur 's morgens aanwezig te zijn - ik dus ook niet.
Dhr. Klaas Tolsma, voormalig beheerder van het Bos van Ypey, verklaarde niet echt veel van vogels af te weten, en bepaalde ons gezelschap, 13 dames, liever bij de planten in het Bos.
Zo leerden we o.a. het verschil tussen Ridderzuring met grote grove bladeren en een onopvallende bloei, en Veldzuring met veel fijner blad en een mooie rode bloeiwijze, die vooral "in het veld" tot z'n recht komt. En dat Hondsdraf, een lipbloemig onkruidje met blauwpaarse bloempjes, in het Fries "Tongerblomke" wordt genoemd, en Fluitekruid "Piipkrūd".![]()
We wandelden vervolgens naar de cactuskas waar de Vereniging Succulenta sinds meer dan 10 jaar haar mooie verzameling tentoonstelt. De oudste cactus daar is een schijfcactus, een Opuntia-soort van rond 70 jaar, maar ondanks haar leeftijd geen aardige Oma; ze laat soms 'blaadjes' (eigenlijk leden) vallen waar met name passerende kinderen zich soms lelijk aan bezeren als ze argeloos die leuke groene dingetjes oprapen.
Verder is het cactussenrijk vooral verdeeld in twee hoofdgroepen, bollen en langwerpige vormen. Bij de bollen heb je tepelcactussen (Mammillaria's) met soms heel fraaie bloemenkransjes in top, en niet te vergeten de uitermate scherpe Schoonmoederstoelen met hun witte stekels. Deze moeten heel groot en minstens 35 jaar oud worden om in bloei te komen, dat zien we in onze kas momenteel nog niet gebeuren.
De zuilcactussen, Cereussen genoemd, hebben zijwaarts bloeiende bloemen, en de meest langwerpige vorm van stengels vindt men wel bij de Selenicereus-soorten, met hun meterslange klimmende liaanachtige stengels met luchtwortels, die tot in de 7 m hoge nok groeien. Deze planten vormen in het late voorjaar knoppen die rond de langste dag, maar altijd 's nachts, bloeien.
Tragisch is het, dat ons Bos sinds enige jaren vanwege het vandalisme al om 6 uur 's avonds de poort sluit i.p.v. rond zonsondergang, want hierdoor wordt de schoonheid van de rond 25 cm grote bloeiende Koninginnen van de Nacht geheel aan menselijke ogen onttrokken. Enige jaren geleden, toen deze maatregel nog niet gold, hebben wij op een zomeravond rond 9 uur de ontluikende bloemen kunnen bewonderen. Er bloeiden er tientallen per nacht, wel een stuk of zeven per plant, maar na een paar uur verwelkten ze alweer en 's morgens was er niets moois meer aan te zien.Behalve de cactuskas verzorgt de Vereniging Succulenta ook de rotstuin naast de kas, die momenteel weer heel mooi is met allerlei kleuren bloempjes. Er staan ook een paar winterharde cactussen tussen, Opuntia's die goed tegen vorst kunnen. De meeste cactussen gaan echter meteen dood als de temperatuur zelfs maar in de buurt van het vriespunt komt.
![]()
Aan het eind bereikt de rotstuin het hoogste punt, daaronder zit een voormalige stookhut waarmee twee kassen werden verwarmd die al sinds tientallen jaren nog slechts uit een ommuring bestaan. Loop je nog even door, dan kom je bij de nieuwste kas uit 1992 (een geschenk aan het Bos ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Stichting op Toutenburg), die sinds jaren door de imker H. Veenstra wordt gebruikt, en links naast de heuvel is de ommuring van één van die vroegere kassen. Twintig jaar geleden stonden daar in de open lucht nog canna's in diverse kleuren, maar al sinds jaren groeiden er alleen maar onkruiden, vooral de beruchte berenklauw die bij aanraking gemene blaren kan veroorzaken won er steeds meer terrein. Dit jaar echter hebben een paar dappere dames (mevr. T. Veenstra-Twijnstra uit Tytsjerk en mevr. M. Westra uit Hurdegaryp) de hele onkruidbelt opgeruimd en er een keurige kruidentuin ingericht. Die is nog in wording, maar belooft heel mooi te worden!
In de tuin voor de kas en de kruidentuin staat van alles in bloei, o.a. langs het pad dat verder het Bos inleidt een aantal grote kuipen met Strelitzia's, paradijsvogelkoppen met oranje en blauw die men ook wel in grote dure bloemstukken tegenkomt. Tussen de geschoren buxusbollen door loop je verder naar het bruggetje, en links staan dan de Gunnera's, een soort "reuzenrabarber" met enorme kolfvormige bloeiwijzen. Eenmaal het bruggetje over, wees Klaas ons op een paar groene punten die juist hun eerste langwerpige bladeren hadden opengevouwen. Dat was de Sachalinese duizendknoop, Polygonum sachalinense, die meer dan een meter hoog wordt en in de nazomer met witte "bruidssluier" bloemen pronkt. Er is ook een plant die daarop lijkt maar veel algemener voorkomt, een hardnekkig onkruid genaamd Polygonum japonica, de Japanse duizendknoop . Wie deze in zijn tuin heeft, krijgt 'm er nooit meer uit, de plant maakt tot op grote diepte dikke taaie wortelstokken zodat er ook niks meer met die grond te beginnen valt, je kunt er gewoon geen andere dingen meer in zetten. Dit onkruid sterft in de herfst af, maar komt in 't voorjaar met keiharde "neuzen" weer naar boven, groeit tot 1,50 m hoge struiken op waarin aan de toppen armbloemige geelachtige bloeiwijzen verschijnen, die niet veel voorstellen. Aan het begin van de Toutenburgleane kan men deze elk jaar bewonderen in het droge slootje voor het begin van de huizenrij.

Een andere plant, die ook in gewone tuinen onkruidachtige vormen aan kan nemen maar veel onschuldiger is, is de Tellima grandiflora. Deze lijkt wel wat op het Kindje-op-Moeders-schoot, maar is grover van structuur en draagt groene bloempjes aan een soort aren die boven de bladeren uitgroeien. De plant komt zeldzaam ook in 't wild voor, maar is uit zuidelijker streken afkomstig.
We passeerden ook de Blauwe Koepel, die naast de dijk op een heuveltje staat en tegenwoordig uitziet over de golfterreinen. Vroeger, in de 19de eeuw, keken Baudina en haar zoon Age daar naar de passerende stoomtreinen, die toen iets nieuws en bezienswaardigs waren. Nu gaat de spoorlijn schuil achter geboomte in de verte.
De "Blauwe Koepel" is momenteel in restauratie, er staat een hek omheen. Het houten bouwsel moet eens in de zoveel tijd vervangen worden omdat het houtwerk vermolmt. Dat was nu ook weer het geval. Ooit waren de muren van deze koepel van binnen versierd met jachttaferelen en werd hij ook wel "Jachtkoepel" genoemd. De jachtpanelen moeten volgens Klaas die ze ooit heeft gezien nog ergens in depot staan, wie weet zien we ze ooit nog terug.
Kastanjebomen lieten weer hun kaarsjes schijnen, en ook Klaas Tolsma bleek zelf geen ervaring te hebben met de even geheimzinnige als beruchte "kastanjeziekte" waarover soms de wildste geruchten in het nieuws verschijnen, als zou het hele kastanjebestand van Nederland over een paar jaar plat komen te liggen tengevolge van deze kwaal. Juist de gemeente Tytsjerksteradiel zou vol met zieke bomen staan - nu, wat is daar eigenlijk van aan? In Tytsjerk in ieder geval, inclusief het Bos van Ypey, is er weinig van de ziekte te merken want de kastanjes bloeien weer schitterend in deze tijd.
Als een boom de eerste tien jaar gehaald heeft, is de kans groot dat hij wel veel ouder wordt, vertelde Klaas Tolsma. Gedurende de jaren dat hij beheerder was, van 1986 tot rond 2002, heeft hij heel wat bomen geplant en zien opgroeien - en soms omwaaien, zoals de Baudina-beuk, die na z'n dood nog een tweede leven heeft gekregen als kunstwerk. Maar deze oude reus was dan ook al in 1816 geplant door Baudina Looxma-Ypey toen ze nog een kind was van een jaar of acht.
In de buurt van de gesneuvelde beuk staat een veel jongere boom, van een bijzonder soort. Hij heet Liquidambar, en heeft handvormige bladeren. In de herfst kunnen deze prachtig verkleuren naar goudgeel en rood.

Bij de Spiegelgracht, aangelegd in fase 1, stonden we nog even stil bij het feit dat dit vroeger een doorgaande vaart was waar tuinders hun bootjes konden volladen met afgevallen bladeren uit het Bos om hun tuinen te bemesten. Naast de Spiegelgracht stond ook een plant, waar knoppen in zaten die ik niet direct kon thuisbrengen. Het was Helmkruid (Scrophularia nodosa), een typische bosplant.
Toen waren we ineens weer bij de brug naar het parkeerterrein, en de excursie was afgelopen. De meeste dames zochten hun auto op, ikzelf kon te voet naar huis want ik woon op zo'n 5 minuten loopafstand van de nieuwe poort van "Groot Vijversburg".
Op het parkeerterrein passeerde ik nog een bijzonder gewas dat dhr. Tolsma ons dus niet had laten zien - de Waterviolier (Hottonia palustris), die bloeide in de kleine vijver die omgeven is door Hortensia's. Twee jaar geleden, toen de vijvers voor en om het nieuwe parkeerterrein net waren uitgegraven, groeide er in de vijver naast de Woelwijk een grote populatie van deze waterplantjes, die veel op pinksterbloemen lijken, zowel qua kleur als voorkomen. Deze waren lila, maar die in de kleine vijver op het parkeerterrein zijn wit. Het is jammer dat die naast de Woelwijk het volgende jaar al zo goed als verdwenen waren, en nu helemaal niet meer te vinden. Zouden die op het parkeerterrein het wel uithouden? Het lijkt ook een kwestie van schoon water, de vijver naast de Woelwijk is lang zo helder niet meer als in het begin.
We hadden het getroffen met het weer, want dat was na twee mooie weken in de eerste helft van mei (na een koude donkere lente) weer hard aan 't afknappen sinds de 15de, en de regenkans voor deze excursie-avond was bij de weersverwachting hoog ingeschat. Maar er viel geen spatje, en de temperatuur was ook heel redelijk. Op de valreep, want hierna knapte het weer voor de komende weken weer volledig af...
![]()